Gedragsstoornissen

Gedragsstoornissen worden gekenmerkt door een zich herhalend en aanhoudend patroon van antisociaal, agressief en uitdagend gedrag.

Bij kinderen met een gedragsstoornis is het gedrag van die aard dat het voor de leeftijd van het kind niet maatschappelijk toelaatbaar geacht wordt.

Het patroon van negatief, agressief en opstandig gedrag moet dus ernstiger zijn dan gewoon  kattenkwaad bij kinderen of opstandigheid bij jongeren en het dient ook minstens 6 maanden aanwezig te zijn. Bovendien zorgt dit gedrag ook voor duidelijke problemen in sociaal contact, op school, …

Voorbeelden van gedrag waarop de diagnose gebaseerd is zijn o.a.  veelvuldig liegen, stelen, ongewoon frequente en hevige woedeaanvallen, ongehoorzaamheid.

Elk van deze gedragingen, indien in opvallende mate aanwezig, is voldoende voor de diagnose, maar geïsoleerde antisociale daden zijn dat niet.

Enkel indien de gedragsstoornis samengaat met andere problemen/stoornissen in de ontwikkeling, komt het kind in aanmerking voor onderzoek of behandeling in Impuls.